Faculteit der Geesteswetenschappen
C.A. Drieënhuizen
C.A. (Caroline) Drieënhuizen
Capaciteitsgroep Algemene Cultuurwetenschappen Universiteit van Amsterdam


Oude Turfmarkt 141
1012 GC Amsterdam


http://home.medewerker.uva.nl/c.a.drieenhuizen/
E-mail



Caroline Drieënhuizen

De collectie van de negentiende-eeuwse koloniale elite in Nederlands-Indië

‘U vindt het hier zeker erg vol?’ vroeg de oude man, met een vaag gebaar in het rond. ‘Al die rommel… die wapens, die maskers… te veel toch, nietwaar? De vader van Toetie was een echte totok, weet u, die zijn gek op die dingen. Altijd maar verzamelen, wat moet je ermee?’

Zo is te lezen in Een handvol achtergrond , autobiografische teksten (Amsterdam 1993) van Hella Haasse. Opmerkelijk veel leden van de Nederlandse (koloniale) elite verzamelden tussen 1870 en 1942 voorwerpen uit Nederlands-Indië en profileerden zich met hun collecties materiële cultuur en kennis in Nederlands-Indië en Nederland. De ‘Indische’ (waaronder ik versta: zij die behoorden tot de koloniale samenleving) elite lijkt zich te hebben georganiseerd rond verzamelobjecten en de objectenzelf organiseerden deze groep .

Juist in deze periode werd het moderne Indië gevormd en ontstond een elite die geen ‘gewone’ Nederlandse elite was. In Indië werd men continu geconfronteerd met politieke en economische ontwikkelingen, vrienden en familie waren vaak afwezig of op reis, sociaal-culturele netwerken verdwenen en nieuwe moesten weer opgebouwd worden. De band met Nederland bleef echter sterk en eenmaal terug in Nederland, bleven de families elkaar ook opzoeken. Geïnspireerd door het werk van wetenschappers als Frederick Cooper, Elsbeth Locher-Scholten en Susan Legêne, ben ik van mening dat er sprake was van een transnationaal cultureel bewustzijn. Welke rol speelde het verzamelen in de (koloniale) elitevorming en wat vertelt dit ons over de sociaal-culturele samenleving van deze elite? Wat, waarom en hoe werd verzameld? Hoe en waarom profileerde de elite zich met zijn collecties en kennis? Hoe werkt dat door in het heden? Wat vertelt ons dit alles over de geschiedenis van Nederland en Nederlands-Indië? Kan dit geheel vergeleken worden met ontwikkelingen in bijvoorbeeld Frankrijk of Groot-Brittannië?

In dit promotie-onderzoek zal aan de hand van de biografische gegevens uit de literatuur en archieven van enkele in deze samenleving vooraanstaande personen uit verschillende beroepsgroepen een beeld geschetst worden van ‘de’ verzamelende Indische elite tussen 1870 en 1942. Het gaat daarbij dan niet voornamelijk om de biografische gegevens zelf, maar om de percepties waar vanuit mensen handelden. De materiële collecties zullen als historische bron gebruikt worden. Ik ga namelijk uit van het idee, zoals zo goed verwoord door wetenschappers als Barbara Kirshenblatt-Gimblett, Shelton en Van der Laarse, dat de verzamelde voorwerpen niet zozeer een representatie zijn van de cultuur waaruit de objecten komen en statische, betekenisvaste voorwerpen zijn, maar juist meer zeggen over de verzamelaars en de verhalen die ze ermee willen vertellen. De objecten ontlenen, aldus historicus en antropoloog Nicholas Thomas,hun betekenis en waarde aan cultureel gevestigde modellen en gewoontes van de culturen waarin zij geplaatst zijn. Dit heeft tot gevolg dat lokale en historische structuren altijd meegenomen moeten worden. De objecten kunnen ons vertellen waarom ze verzameld werden en met welk doel, wat voor persoon de verzamelaar was (immers; verzamelen vormt de eigen identiteit) en laten ons de verzamelaars’ beeldvorming van de wereld zien en zijn percepties van zijn ontmoetingen met andere volkeren.   

Archief.JPG

Synopsis (English)

The collections of the colonial elite in the Dutch East Indies around 1900.

Around 1870 the society of the Dutch East Indies changed severely. Infrastructure was being constructed, land was opened for private-entrepreneurs and the government expanded its political authority. What is more, the Suez canal was opened in 1869 and shortened the travelling time. More people than ever sailed to the colony. There a new colonial elite emerged. In the Dutch East Indies people were confronted with political and economical developments, family and friends were mostly absent or travelling; social-cultural networks disappeared and had to be re-build. A distinct colonial elite came to be created. One of its characteristics was that a remarkably number of people collected ethnographica. By studying this occupation and the collections that this elite brought about, one can have insights into this particular elite, its establishment and identity. The collections of these people I regard as historical sources, as objects that tell more about the collectors than about the makers of these objects (Kirshenblatt 1998; Shelton 2001). By studying these objects and the way the elite disseminated their collections and knowledge in patria and the colony, we’ll get acloserlook on the elite and its society. We’ll get insight into the way collecting functioned as a way to belong to this new elite. But also we’ll discern the mentality of this elite, the importance of gender and race in the construction of a colonial elite, the manner in which the elite built the empire and how the elite related to the Netherlands in a transnational cultural consciousness.

 

Kort curriculum vitae

Opleiding

*Van 2000 tot 2001 Educatieve Faculteit Amsterdam; lerarenopleiding geschiedenis.
*Van 2001 tot 2004 studie Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam; minor Kunstgeschiedenis.
*Van 2004 tot 2006 onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
*Van 2006 tot 2007 modules Algemene Cultuurwetenschappen.
*In de winter 2006-2007 onderzoek naar de betrekkingen tussen Nederland en Maleisië, 1957 - 2007, bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, afdeling DDI.
*In het voorjaar/zomer 2007 onderzoek bij het Centraal Museum Utrecht voor een tentoonstelling over de wederzijdse beïnvloeding van de kunsten tussen Nederland en Indonesië.
*September 2007 - 2011 promovendus bij de leerstoelgroep Cultuurgeschiedenis van Europa.
*September 2011 - heden universitair docent bij de opleiding Algemene Cultuurwetenschappen bij de Open Universiteit Nederland en docent bij de opleiding Algemene Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

 

test.JPG

Selectie publicaties

 

*Artikel: ‘De ‘China Pagode’ in India. Trendsettend cultureel erfgoed?’ Skript 37.3 (Herfst 2005).

*Artikel: ‘Het Tijdschrift voor Geschiedenis tussen 1958 en 1964 als spiegel van een geschiedwetenschappelijk generatieconflict.’ Skript najaar / winter 2006. 

*Recensie van L.P. van Putten, Koopman en diplomaat. Gouverneurs en directeurs van Ceylon 1640 – 1796 (Rotterdam 2006) in Moesson: het Indisch maandblad (no. 11, mei 2007).

*Publicatie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken: Over een Aziatische tijger en een orang belanda. Vijftig jaar betrekkingen tussen Nederland en Maleisië, 1957 – 2007 (Kuala Lumpur 2008).

*Schriftelijke bijdragen aan het collectieboek van het Tropenmuseum: The Netherlands East-Indies. A colonial history, red. Janneke van Dijk en Susan Legêne (Amsterdam 2011).

*Artikel: ‘De kunst van het verzamelen. Koloniale verzamelaars en de Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst’, Aziatische Kunst. Te verschijnen oktober 2011.

Selectie van gehouden lezingen

*‘Collecting and the Dutch colonial elite in the late nineteenth century: the creation, identity and role of a new elite in the Dutch imperial space’, lezing 4 september 2008 op het CRESC-congres ‘Culture and citizenship’, University of Oxford .

*‘De collecties van de koloniale elite: verzamelen en de elite van Nederlands-Indië, 1870- 1942’, lezing 25 mei 2009 op de landdag netwerk politieke geschiedenis, Universiteit Utrecht, ‘Koloniale agenda’s’.

*‘Women’s luggage. Women and colonial collecting in the Dutch imperial space’, lezing 7 juni 2009 op het 7th European Feminist Research Conference, Utrecht.

*'Diponegoro’s ring. Cultural citizenship of a colonial elite, 1870-1942’, lezing 8 augustus 2009 op het congres 'Sites, bodies and stories', Universitas Gadjah Mada Yogyakarta, Indonesië.

*Miniatuurlezing ‘ De klewang van het larashoofd en andere souvenirs. De collecties van de koloniale elite van Nederlands-Indië’, op het derde lustrum van het Huizinga Instituut: Theaters van het Geheugen/Theatres of Memory, 12 april 2010.