Succes creëert succes

Winnen Veni-subsidie NWO vergroot kans op vervolgbeurzen

24 april 2018

Net-winnaars van een Veni-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) hebben een 2,5 keer grotere kans om de vervolgsubsidie Vidi in de wacht te slepen dan net-verliezers. Dit blijkt uit onderzoek van sociologen van de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht en The University of California, Berkeley.

Een mogelijke verklaring voor ongelijkheid tussen wetenschappers is het Mattheuseffect. Het Mattheuseffect stelt dat gevestigde wetenschappers disproportioneel veel status en erkenning krijgen voor hun prestaties, waardoor bestaande ongelijkheden zullen blijven groeien. Heeft een jonge wetenschapper die een eerste beurs wint nu ineens een hogere kans op het winnen van een vervolgbeurs dan een even getalenteerde collega die de eerste beurs niet wint? De onderzoekers onderzochten of er Mattheuseffecten zijn bij het verkrijgen van NWO-beurzen.

Totaal andere kans

Socioloog Thijs Bol: ‘Kandidaten die op het moment van de Veni-aanvraag nog extreem vergelijkbaar waren, blijken vijf jaar later een totaal andere kans te hebben op het winnen van een Vidi’. De onderzoekers gebruikten in hun analyse de harde grens die NWO gebruikt bij de toekenningsprocedure van de Veni, een beurs voor net-gepromoveerde wetenschappers. Tussen 2002 en 2008 werden iets meer dan 4,000 aanvragen ingediend bij NWO. Alle aanvragen krijgen een score van een commissie waarna een ranglijst wordt gemaakt. De onderzoekers vergeleken de kandidaten net boven de toekenningsgrens (de net-winnaars) met die net onder de grens (de net-verliezers).

Groeiend gat

Het onderzoek maakt duidelijk dat net-winnaars van een Veni (één of twee plaatsen boven de streep) een 2,5 keer grotere kans hebben om een Vidi-beurs te winnen dan de net-verliezers (één of twee plaatsen onder de streep). Bol: ’Dit is te verklaren door twee processen. Enerzijds hebben net-winnaars een grotere kans op vervolgwinst doordat het winnen van beurzen status met zich meebrengt, wat hun positie versterkt bij andere beurscompetities. Anderzijds dienen net-verliezers aanzienlijk minder vaak een Vidi-aanvraag in dan net-winnaars’.

In de jaren volgend op de Veni-aanvraag blijft het gat tussen de net-winnaars en de net-verliezers groeien. Na acht jaar hebben de net-winnaars meer dan twee keer zoveel onderzoeksfinanciering ontvangen van NWO en haar Europese equivalent de ERC dan de net-verliezers.

Het figuur toont het zelfversterkend proces bij het binnenhalen van onderzoeksgeld. Het laat zien hoeveel onderzoeksgeld van NWO (Vidi, Vici) en de ERC (Starting Grant en Consolidator Grant) Veni-aanvragers gemiddeld verkrijgen. Het wordt duidelijk dat in de jaren volgend op de Veni-aanvraag het gat tussen net-winnaars en net-verliezers blijft groeien. Na acht jaar hebben degenen net boven de streep meer dan twee keer zoveel geld (180k euro) opgehaald dan degenen net onder de streep – exclusief het initiële verschil van 250 duizend euro als gevolg van de Veni.

En de consequenties blijven niet alleen beperkt tot het winnen van andere beurzen. Bol: ‘Begin 2018 hebben de net-winnaars van de Veni-rondes uit 2000-2008 een 1,5 keer grotere kans om hoogleraar te zijn dan de net-verliezers.’

Toekomst

Maar wat kan aan dit groeiende verschil gedaan worden? Bol: ‘Het is de vraag of eerdere beurswinst als criterium gebruikt moet worden voor het scoren van de kwaliteit van de aanvrager. Dit leidt namelijk per definitie tot Mattheuseffecten. Ook kan het nuttig zijn als NWO goede aanvragers die net de beurs zijn misgelopen toch aanspoort een vervolgbeurs aan te vragen. Tot slot moet overwogen worden of het uitreiken van meer kleinere beurzen niet een meer efficiënte methode is om talentvolle jonge onderzoekers een kans te geven in de wetenschap.’

Publicatiegegevens

Thijs Bol, Mathijs de Vaan en Arnout van de Rijt: ‘The Matthew Effect in Science Funding’ in: PNAS, 23 april 2018. doi:10.1073/pnas.1719557115.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting