Rondleider in een museum: geen bijbaantje, maar een vak

Onderzoek naar de verdere professionalisering van museumgidsen

19 oktober 2017

Aan welke eisen moet een goede rondleider in een museum voldoen en hoe zorgen we voor de verdere professionalisering van de museumgids? Deze vragen staan centraal in het onderzoek ‘Rondleiden is een vak’ van Mark Schep, als promovendus verbonden aan het Research Institute Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam. Schep voert zijn onderzoek uit in samenwerking met het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum.

‘Vrijwel elke rondleider in een museum heeft het al eens gehoord: “wat een leuke bijbaan, wat doe je hiernaast?”. Mensen realiseren zich niet dat rondleiden echt een vak is’, vertelt Mark Schep. ‘De meesten zijn freelancers die deze baan combineren met iets anders, maar het is zéker geen bijbaan.’ Dat misverstand was de aanleiding om nu een serieus te gaan kijken naar het vak van rondleider. Waarom is het vak zo belangrijk en wat moet een rondleider kennen en kunnen om dat vak optimaal te kunnen uitoefenen?

Gewenste leeruitkomsten van een museumbezoek

Schep begon daarom met de identificatie van de leeruitkomsten van een rondleiding. ‘Aan de hand van de – beperkt beschikbare – literatuur daarover hebben we een overzicht gemaakt van mogelijke leerdoelen en die aan een groep experts voorgelegd. Aan de hand daarvan hebben we een definitieve lijst opgesteld. Op de lijst staan zaken als het bieden van een plezierige ervaring tot het aanleren van kritische denkvaardigheden.’

Wat moet een rondleider kennen en kunnen?

Vervolgens stelde de onderzoeker aan de hand van interviews met rondleiders en hoofden educatie  een lijst op met competenties waaraan een goede rondleider moet voldoen. ‘Die lijst hebben we vervolgens gevalideerd door middel van een expertraadpleging (rondleiders, educatoren en vakdidactici). De lijst bestaat uit vier hoofdcompetenties, namelijk omgang met de groep en omgeving (kun je die goed en snel inschatten, weet je een veilige sfeer te creëren?), communicatieve vaardigheden, kennis en didactiek en professionaliteit (flexibiliteit, hoe ga je er mee om als een groep te laat is, maar ook: kun je je gedragen als een representant van het museum).’

Zelf-evaluatie en leergemeenschap

Ook ontwikkelde de onderzoeker een zelfevaluatie-instrument voor rondleiders, en een observatie-instrument dat educatoren kunnen gebruiken om rondleidingen te observeren. Ten slotte  onderzocht Schep de opzet van een professionele leergemeenschap bestaande uit rondleiders, leraren in opleiding, een museum educator en een vakdidacticus, die samenwerken aan het herontwerp van een rondleiding.

Plezierig en betekenisvol

Schep: ‘Op basis hiervan zou er wellicht ook een specifieke opleiding kunnen worden ontwikkeld. De verdere professionalisering van de rondleiders zorgt ervoor dat bezoeken aan musea voor leerlingen plezierig en betekenisvol zijn. Deze ervaringen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van cultureel en (kunst)historisch besef, gevoel voor schoonheid, visuele geletterdheid, kennis van en interesse voor kunst, cultuur en geschiedenis. En uiteraard is het dan de bedoeling dat ze later als volwassenen nog steeds graag in musea komen.’

Op 6 en 7 november vindt het (uitverkochte) symposium Museum Guides Now! plaats, met als onderwerp de verdere professionalisering van de museumgids. In 2018 promoveert Schep op zijn onderzoek.

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen