Vertrek Britten uit Europa raakt Nederland relatief hard

28 juni 2017

Het verlaten van de Europese Unie doet vooral de Britten zelf pijn, zo wordt algemeen verondersteld. De gevolgen voor Europa verschillen echter per lidstaat. Nederland verliest een grote handelspartner en een bondgenoot, zegt UvA-onderzoeker Rutger Teulings.

De komende jaren wordt er onderhandeld over de manier waarop Groot-Brittannië uit de Europese Unie (EU) stapt. De vraag is of de banden tussen het continent en de Britten helemaal worden doorgesneden - de ‘harde’ Brexit - of dat er nog enige mate van vrij verkeer van goederen, kapitaal en personen gehandhaafd blijft - de ‘zachte’ Brexit. Eenvoudig wordt het in ieder geval niet, want uiteindelijk moeten alle Europese lidstaten hun handtekening zetten onder het resultaat. En per lidstaat zijn de gevolgen van het Britse vertrek verschillend.

In het boek What to do with the UK - EU perspectives on Brexit onder redactie van Charles Wyplosz geven economen uit enkele Europese lidstaten hun visie op de gevolgen van de Brexit. Rutger Teulings, promovendus aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de hoogleraren Roel Beetsma en Franc Klaassen leverden de Nederlandse input. Teulings doet onderzoek naar de Europese integratie en ontleedt de verschillende stadia waarin het handelsblok zich ontwikkelt. ‘Door waar te nemen wat de voordelen van opeenvolgende stadia in economische integratie zijn, kan ik ook de gevolgen zien van desintegratie, zoals nu in het geval van het vertrek van Groot-Brittannië.’

Brexit (detail Banksy)

Foto: Duncan Hull (Flickr CC)

Invoertarieven

Volgens Teulings zit de pijn van het Britse vertrek in de eerste plaats in het herinvoeren van handelstarieven tussen de Europese Unie en Groot-Brittannië. ‘Het verlagen of afschaffen van tarieven levert gemiddeld genomen welvaartswinst op. Vrije handel leidt er uiteindelijk toe dat producten daar worden geproduceerd, waar de productie het meest efficiënt en dus het goedkoopst is.’ Het omgekeerde is dus ook waar. ‘Importtarieven geven minder handel, duurdere productie en prijsstijgingen’, stelt Teulings.

De UvA-economen zetten voor de publicatie van Wyplosz de meest relevante cijfers op een rij. Een algemene conclusie is dat Europa veel minder te lijden zal hebben van de Brexit dan de Britten zelf. Van het totale bruto nationaal product (bnp) van de Britten komt 12% voort uit export naar de Europese Unie. ‘Het welvaartverlies door het herinvoeren van tarieven is natuurlijk veel lager, maar de gevolgen zijn er wel degelijk’, zegt Teulings. Een doekje voor het bloeden is dat de Europese Unie met 1,6% een relatief laag gemiddeld (gewogen) tarief aan zijn buitengrenzen heft. Wereldwijd is dit 3%.

Het heffen van handelstarieven kan overigens ook positieve gevolgen hebben. ‘Met tarieven bescherm je je eigen markt, zeker als deze niet voldoende concurrerend is. Bepaalde industrieën zullen het in Groot-Brittannië daarom waarschijnlijk beter gaan doen, zoals de landbouw. De kans dat de auto- en staalindustrie zich herstellen, is echter klein.’

Open economie

Andersom levert de Brexit ook economische schade aan de Europese Unie, al lopen de belangen per lidstaat zeer uiteen. Als het om handel gaat zit Nederland door zijn geografische ligging en open economie in de kopgroep. De Nederlandse export naar Groot-Brittannië is 7,6% van het bnp. De Duitse export naar Groot-Brittannië bedraagt slechts 3,5% en de Franse en Spaanse export ligt zelfs beneden de 2,5%.

Ook met betrekking tot wederzijdse directe investeringen zijn de banden tussen Nederland en Groot-Brittannië innig. Nederland staat aan de Europese top met 218 miljard euro of bijna 33% van het BNP aan directe investeringen in Groot-Brittannië. Andersom is Nederland ook bij de Britten favoriet, met 147 miljard euro of 6,5% van het Britse BNP. Voor Groot-Brittannië is vrij verkeer van kapitaal zeer belangrijk. Teulings verwacht dat het behoudt van vrij kapitaalverkeer voor de Britten de inzet wordt van de onderhandelingen met Europa om zo de postitie van Londen als financieel knooppunt te waarborgen. Tegelijk azen verschillende Europese steden er op om deze positie over te nemen. Frankfurt, Parijs en Dublin maken een goede kans. Amsterdam als financieel centrum lijkt uit de gratie, mede omdat Nederland strenge beperkingen aan bonussen stelt.

Trouwe bondgenoot

Ook in politiek opzicht is het vertrek van de Britten voor Nederland vervelend. ‘Groot-Brittannië en Nederland hebben binnen de Europese Unie vaak dezelfde standpunten. We verliezen met de Britten een trouwe bondgenoot binnen de Europese Unie. Onze onderhandelingspositie binnen Europa zal verzwakken.’

Teulings doelt onder meer op de liberale houding van beide landen als het gaat om handelstarieven aan de Europese buitengrenzen. Waar veel andere EU-landen inzetten op het overmatig beschermen van bepaalde sectoren zoals de landbouw, zijn Nederlanders en de Britten hier terughoudend in. Dit geldt ook voor het kapitaalverkeer, waarbij beide landen zich stevig keren tegen de wens van veel lidstaten om speculatieve geldstromen te belasten.

Dan is er het pensioenbeleid waar Nederland en Groot-Brittannië vanwege hun omvangrijke kapitaalgedekte pensioenen binnen Europa gelijkluidende standpunten innemen. Europa dreigt dergelijke stelsel aan veel strengere regelgeving te onderwerpen.

Teulings stelt tot slot dat Nederland als kleine open economie een belangrijke partner verliest om tegenwicht te bieden aan het sterke Frans-Duitse blok. De Britten waren altijd een belangrijke tegenhanger van dit blok.

Onderhandelingsresultaat

Teulings is ambivalent over hoe Europa zich aan de onderhandelingstafel met de Britten moet opstellen. Aan de ene kant vindt hij dat Europa niet moet accepteren dat Groot-Brittannië min of meer naar eigen keuze bepaalde afspraken met de Europese Unie kan handhaven en tegelijk andere opzegt. ‘Europa à la carte ondermijnt de Europese Unie omdat het andere lidstaten kan stimuleren om eveneens hun lidmaatschap op te zeggen.’

Tegelijk hoopt Teulings op een uitkomst waarbij de schade aan de wederzijdse economische belangen beperkt blijft. Een vereiste is dan wel dat de Britten zich in belangrijke mate blijven voegen naar de Europese regels van de interne markt, waaronder die van vrij verkeer van personen.

De kans op zo’n middenweg acht Teulings niet groot. ‘De Britten zelf zeggen in te zetten op een harde Brexit, omdat daarmee het meest recht wordt gedaan aan de uitslag van het referendum. De speerpunten in het referendum waren dat de Britten de soevereiniteit zouden herwinnen over de eigen regels en dat de immigratie wordt beperkt. De interne markt staat haaks hierop.’

Meer weten? Email: R.M.Teulings@uva.nl.

Door Bendert Zevenbergen

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde