Wetenschap moet brug slaan tussen fundamenteel onderzoek en praktijk

18 oktober 2017

Hoogleraar Maarten Pieter Schinkel pleit voor diepgaand economisch onder-zoek met maatschappelijke relevantie. Op universiteiten wordt de ruimte daarvoor steeds kleiner, vreest hij. Zelf legt hij de bankensector het vuur na aan de schenen.

Opnieuw jaagt Maarten Pieter Schinkel banken en toezichthouders op de kast. Samen met UvA-promovendus Timo Klein en Nuria Boot, promovendus aan de universiteiten van Leuven en Berlijn, publiceerde de Amsterdamse hoogleraar recent een model waarmee zij aantonen dat de affaire met de Libor-rente veel meer is dan een zaak van enkele frauderende handelaren. ‘Het is goed mogelijk dat het ging om een breed gedragen kartel, waarbij een grote groep banken doelbewust en in onderlinge samenspraak de rentes manipuleerden.’

Het onderzoek kan gevolgen hebben voor de verdere afwikkeling van de affaire. Met het model van Schinkel c.s. zouden slachtoffers hun schadeclaims op grond van het overtre-den van de mededingingswet kunnen uitbreiden. Toezichthouders kunnen het gebruiken om de banken beter in de gaten te houden. Tegelijk meent Schinkel aan te tonen dat recente aanpassingen aan de Libor-rentebepaling niet waterdicht zijn.

Zembla

Enkele jaren geleden maakte Schinkel, die het vak mededingingseconomie naar eigen zeggen ‘met passie’ beoefent, zich ook al weinig populair bij banken en toezichthouders. Banken hebben volgens hem midden 2009 op grote schaal overwinsten op hypotheken weten te behalen doordat de Europese Commissie de marktwerking volledig had uitge-bannen. Nadat het televisieprogramma Zembla een uitzending wijdde aan de bevindingen van Schinkel, wijzigde de Europese Commissie haar beleid en kwam het belang van concurrentie in de bancaire sector op de politieke agenda van minister Dijsselbloem.

Brug

Schinkel praat met verve over zijn onderzoeken. ‘Wetenschappers in de economie moeten proberen een brug te slaan tussen maatschappelijke problemen en fundamenteel onderzoek. Uit de geschiedenis van het economisch denken wordt duidelijk: vrijwel alle grote economen waren sterk maatschappelijk geëngageerd.’ Maar hij is tegelijk bezorgd. ‘Helaas is het slaan van die brug niet langer vanzelfsprekend. Het vergt veel tijd om je te verdiepen in de oorzaken van complexe reële problemen: eerst moet je diep en breed begrijpen wat er speelt. Pas dan kun je de essentiële mechanismen blootleggen, die modelleren en data verzamelen om uiteindelijk model en data samen te analyseren.’

Volgens Schinkel is die tijd er steeds minder. ‘Er staat toenemende druk op academici om specifiek veel te publiceren. Daardoor ontstaat een tendens waarbij wetenschappelijk on-derzoek met kleine steekjes voortborduurt op bestaand gepubliceerd onderzoek. Dat is efficiënter, in de zin van sneller en minder risicovol, maar het betekent dat grote maat-schappelijke vraagstukken blijven liggen.’

Relevant

Volgens Schinkel kan zulke wetenschap heel nuttig zijn, ’maar mijns inziens is de uitda-ging voor het economische vakgebied om onderzoek te doen dat wetenschappelijk én maatschappelijk relevant is.’ Hoe dit onderzoek uiteindelijk wordt gepresenteerd, maakt Schinkel niet zo veel uit. ‘Voor mij is zo’n uitzending van Zembla of een achtergrondartikel in NRC evenzeer belangrijk, net als het publiceren van een wetenschappelijk artikel in een vooraanstaand tijdschrift. Uiteindelijk streef ik naar allebei – en de goede economische tijdschriften staan hier ook juist voor open – maar het zijn projecten van jaren. Die moeten je dan wel gegund worden.’ Schinkel hoopt dat van harte, want juist universiteiten vindt hij de aangewezen plek voor onafhankelijk, objectief en diepgaand onderzoek. ‘Waar zou dit anders moeten?’

London City

City of London (foto: Nell Howard, Flickr CC)

Libor-fraude

Dezelfde hang naar het ontrafelen van diepe maatschappelijke kwesties, bracht Schinkel tot een opmerkelijke analyse van de Libor-affaire. In deze zaak zijn handelaren van enkele grote banken ervan beschuldigd dat ze de zogenoemde Libor-rente manipuleerden. Dit leidde sinds 2012 tot miljardenboetes voor enkele banken in de Verenigde Staten en Europa en strafzaken tegen een aantal van hun handelaren. Rabobank schikte voor bijna 800 miljoen euro met Amerikaanse en Europese toezichthouders.

Libor-tarieven zijn kortlopende rentetarieven in verschillende valuta die worden gebruikt als referentie voor tal van financiële producten als rentederivaten en hypotheken. De tarieven worden dagelijks in Londen vastgesteld. Zestien banken in een vast panel geven ieder een schatting af waartegen ze denken transacties te kunnen doen. Nadat hier vervolgens de hoogste en laagste vier van zijn geschrapt, wordt het gemiddelde van de resterende schattingen gepubliceerd als officieel tarief van die dag.

De meeste veroordelingen en schikkingen hadden fraude als grondslag, gepleegd door enkele individuele handelaren die voor eigen gewin en via onderling afspraken de rente beïnvloedden. De financiële markttoezichthouders handelde de zaken af als overtredingen van de bankierscode. Inmiddels heeft de Europese Commissie ook enkele schikkingen getroffen, en een beschikking gegeven, met kartelvorming als aanklacht. De inhoud van deze zaken is nog niet bekend.

Ingewijde

‘Ik was hierover in eerste instantie kritisch: het was mij niet duidelijk hoe dit kartel kon werken’, zegt Schinkel. ‘Bij een gewoon kartel, zeg in bier of garnalen, hebben de samenspannende partijen er allemaal profijt van als de prijs van het product stijgt. Maar hier pakt het manipuleren van de Libor-rente voor elke bank anders uit, omdat ze dikwijls tegengestelde posities hebben waarvan de waarde mede door de Libor-rente wordt bepaald.’

Een tip van een anonieme bron bracht Schinkel op andere gedachten. ‘Die ingewijde wees mij erop dat de panelbanken niet alleen onderling bepaalden waar de rente heen zou gaan, maar hier vervolgens ook hun posities op aanpasten in de uren voordat de officiële Libor-rente gepubliceerd werd.’ De onderzoekers construeerden vervolgens een model waarbij ze laten zien dat alle betrokken banken op de lange termijn kunnen profiteren wanneer ze afspraken maken over de rente en hierop met hun eigen posities inspelen. ‘Soms maken ze een periode of wat verlies, in dienst van het kartel, maar ieders verwachte winst is uiteindelijk ruim positief.’ Zo werd in feite in kartelvorm met voorkennis gehandeld, voorkennis over de toekomstige Libor-rente die het kartel eerst zelf creëerde, ten koste van andere marktpartijen als pensioenfondsen en banken die niet tot de groep van zestien behoorden.

Schinkel weet niet hoe de Europese Commissie zijn aanklachten vorm geeft: ‘Die zijn nog steeds vertrouwelijk, maar ik verwacht dat ze bewijs zullen bevatten van het type mechanisme dat wij bloot leggen.’ De hoogleraar zegt tegelijk verbaasd te zijn dat kartelvorming zo’n beperkte rol speelt in de toezichts- en hervormingsdiscussie. ‘Wellicht kan ons model de commissie en nationale toezichthouders verder helpen.’

Meer weten? Email: M.P.Schinkel@uva.nl.

Door Bendert Zevenbergen

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde