De effectiviteit van de-radicaliseringsprogramma’s

2 november 2017

Hoe de-radicaliseer je iemand? Dit is een belangrijke vraag, want steeds meer geradicaliseerde moslims uit IS-gebied keren terug naar Europa. Socioloog Benaissa Hallich en psycholoog/politicoloog Bertjan Doosje hebben een eerste pilotstudie verricht naar de effectiviteit van het de-radicaliseringsprogramma ‘DIAMANT-plus’. De uitkomsten verschijnen vandaag in hun rapport.

Achtergrond van het onderzoek

Vijf minderjarige vrouwen stonden (mogelijk) op het punt te vertrekken vanuit Nederland naar Syrië. Er waren zorgen over verdere radicalisering van deze jonge vrouwen en rekrutering door radicalen. Om de vrouwen te de-radicaliseren bood de Stichting Interculturele Participatie en Integratie (SIPI) het de-radicaliseringsprogramma ‘DIAMANT-plus’ aan de jonge vrouwen en hun ouders aan. De Universiteit van Amsterdam heeft met een longitudinale studie onderzocht of en hoe het programma heeft gewerkt. 

Mate van islamitisch radicalisme

Om een de-radicaliseringsprogramma te kunnen onderzoeken, is het belangrijk om de mate van islamitisch radicalisme goed te diagnosticeren. Dit is van belang om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten van de interventie en om bij te dragen aan het hulpverleningsproces.

De onderzoekers maken een onderscheid tussen licht, middelmatig en extreem islamitisch radicalisme. De jonge vrouwen in de studie waren in lichte mate radicaal. Door hun ervaringen met discriminatie en onrecht waren zij vijandig geworden tegenover school en het westerse systeem. Instellingen en samenleving werden als belemmerend ervaren om hun islamitische identiteit naar eigen wens te praktiseren. De jonge vrouwen waren in beperkte mate salafi jihadistisch geïndoctrineerd.

Risicofactoren van islamitische radicalisering

Het radicaliseringsproces van de respondenten liep het risico verder te worden versterkt door problemen met identiteit en zingeving, een gebrekkige harmonie tussen religieuze identiteit en de Nederlandse samenleving en ervaringen van discriminatie. Maar ook slechte netwerken, een verstoorde relatie met de ouders en ongunstige (economische) leefomstandigheden golden als risicofactoren. Het ging bovendien niet goed met de jonge vrouwen op school. Ze waren niet gemotiveerd om naar school te gaan, ze haalden slechte cijfers en waren in conflict met schoolkrachten.

Effecten van het de-radicaliseringsprogramma DIAMANT-plus

Uit het onderzoek blijkt dat DIAMANT-plus een proces van de-radicalisering teweeg heeft gebracht bij de jonge vrouwen. Zij staan niet meer vijandig tegenover school en het westerse systeem en zijn nu gemotiveerd om een toekomst in Nederland op te bouwen met behoud van hun islamitische identiteit. Hun weerbaarheid tegen extremistische invloeden lijkt te zijn vergroot op emotioneel, cognitief en gedragsmatig niveau. Hun identiteit en vertrouwen in een toekomst in Nederland zijn versterkt, hun band met hun ouders is verbeterd en ook het kritisch en rationeel denken is gegroeid. Het afwezige of verminderde contact met radicalen en de omgang met gezonde netwerken heeft de weerbaarheid op gedragsmatig niveau vergroot. Tot slot, zijn er minder risico’s voor uitsluiting en isolatie door een versterking van hun vaardigheden in conflicthantering. 

Werkzame elementen in het de-radicaliseringsprogramma

Hallich en Doosje concluderen dat het de-radicaliseringsprogramma DIAMANT-plus met succes een aantal werkzame elementen heeft toegepast die tot adequate interventie hebben geleid. Het belang van deze elementen - insluiting en re-integratie, versterking van identiteit en vergroting van competenties in conflicthantering- wordt ook in andere onderzoeken bevestigd.

De onderzoekers merken op dat een goede vertrouwensrelatie tussen de familie-ondersteuner en de geradicaliseerde en diens familie een belangrijke voorwaarde voor adequate interventie is. Uit de pilotstudie blijkt dat de samenwerking tussen de familie-ondersteuner en relevante instellingen belangrijk is geweest bij insluiting en re-integratie van de jonge vrouwen in de Nederlandse samenleving. Daarnaast blijkt dat een goede samenwerking tussen de familie-ondersteuner en instellingen van belang is voor het oplossen van economische en multi-problemen van het gezin en om rekrutering te voorkomen.

Vanwege de beperkte steekproef is meer onderzoek nodig om generaliserende uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van DIAMANT-plus.

Publicatie details

Hallich, B. & Doosje, B. (2017). DIAMANT-plus. Een methodiek voor de-radicalisering en vergroting van weerbaarheid tegen extremistische invloeden. Een pilotstudie naar de interventie. Amsterdam: UvA. 

Contactgegevens in verband met het onderzoek

Benaissa Hallich, b.hallich@uva.nl, 06-3450-4287

Contactgegevens in verband met de interventie DIAMANT-plus

diamant@s-ipi.nl, telefoon 020-6382808, www.s-ipi.nl

Gepubliceerd door  AISSR