Home
promotieproject:De invloed van de literaire kritiek op de waardering van het literaire verleden in de eerste helft van de negentiende eeuw
In de negentiende eeuw vindt in Europa een fundamentele verandering plaats in het literaire systeem. De literatuur uit het verleden wordt systematisch betrokken bij de literatuur uit het heden. Tegelijkertijd komt er veel literatuur op de markt met historische stof en in historische vormen. Het literaire verleden gaat dienen als ijkpunt en het nationale verleden is de kiemcel voor nieuwe literaire producten. Deze verandering hangt samen met het allerwegen vanaf het midden van de achttiende eeuw doorbrekend historisch besef. . Dit alles heeft tot gevolg dat de oude werken weer worden uitgegeven en gelezen en dat de geschiedenis van de literatuur wordt geschreven. De canon wordt gevormd en die zal tot in onze tijd nauwelijks veranderen. Van de lezers werd verwacht dat ze op de hoogte waren van het literair verleden. De veranderde stellingname brengt mee dat er eenverschuivingoptreedt bijdegenen die literatuur produceren, consumeren en beoordelen. Er komen nieuwe betrokkenen op het toneel: professionele critici, academische onderzoekers, editeurs en geschiedschrijvers, onderwijzers, leraren. In sommige landen verandert ook de houding van de overheid ten opzichte van de literatuur. In landen waar de oppositie sterk is, neemt de censuur toe. In andere landen ziet men dat de literatuur juist gebruikt wordt voor de politiek. Na de Franse tijd wilde de overheid in veel landen de natiegedachte versterken, en daarvoor kon de literatuur gebruikt worden.
De hierboven geschetste Europese situatie geldt ook voor Nederland en Vlaanderen, zij het dat er in Vlaanderen zeer enige specifieke ontwikkelingen zijn. De vraag is nu hoe de constructie van het literair verleden in Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw verliep, wie daarbij betrokken waren en hoe men de gelijktijdige verschijn ing en van de historische roman en poëzie kan verklaren? Er zal in principe uitgegaan worden van de Nederlandse situatie, maar de periode brengt met zich mee dat over 1814-1831 zowel de beperkt-Nederlandse als de groot-Nederlands-Vlaamse situatie bekeken moet word t en . Binnen het NWO-project ‘De constructie van het Nederlandstalige literaire verleden’ van Marita Mathijsen zal vanuit verschillende hoeken hiernaar onderzoek worden gedaan. Dit deelproject is toegespitst op de rol van de literaire kritiek in brede zin bij de constructie van het Nederlandstalige literaire verleden. De volgende vragen zullen in dit onderzoek aan bod komen: Welke auteurs en welke werken worden belangrijk gevonden en hoe verhoudt zich dat tot de opkomst van het nationale gevoel? Welke middelen worden gebruikt om de liefde voorheteigen literaire verleden aan te wakkeren? Wie nam er deel aan het letterkundig debat?
Op donderdag 15 december 2011 verdedigt Francien Petiet haar proefschrift in de Amsterdamse Agnietenkapel.