 |
 |
Onderzoek
Mijn onderzoek heeft de Nederlandstalige literatuur van de twintigste en eenentwintigste eeuw tot onderwerp. De nadruk ligt op het verhalende proza van na de Tweede Wereldoorlog, al maak ik graag uitstapjes naar de poëzie, de essayistiek en de methodologie van de literatuurbeschouwing. Het merendeel van mijn publicaties betreft het oeuvre van Gerard Reve, Willem Frederik Hermans, Hugo Claus en Louis Paul Boon. Ik ben redacteur van een periodiek dat gewijd is aan het werk van de laatste auteur. Mijn interesse gaat uit naar de karakteristieke samenhang van poëticale opvattingen, thematiek en techniek in een literair oeuvre. Om een indruk te geven van mijn onderzoek vermeld ik naastmijn publicaties in boekvorm een tiental artikelen uit de afgelopen jaren.
|
|  |
 |
 |
Publicaties in boekvorm
- G.F.H. Raat, Over De hondsdagen van Hugo Claus. Amsterdam 1980.
- G.F.H. Raat, De vervalste wereld van Willem Frederik Hermans. Amsterdam 1985 (dissertatie).
- G.F.H. Raat, Veertig jaar ‘De avonden’ van Gerard Reve. Utrecht 1988.
- G.F.H. Raat (red.), Over De avonden . De eerste roman van Gerard Reve. Kritieken, artikelen en interviews. Schoorl 1989.
- G.F.H. Raat (red.) [Samen met K.D. Beekman en M.T.C. Mathijsen-Verkooijen.] De as van de Roamntiek. Opstellen aangeboden aan prof. dr. W. van den Berg bij zijn afscheid als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam 1999
|
|  |
 |
 |
Tien recente artikelen
- G.F.H. Raat, ‘De dynamiek van leven en kunst. Over een poëticaal verhaal van Willem Frederik Hermans’. In: Nederlandse letterkunde 3 (1998), nr. 4, p. 345-356.
- G.F.H. Raat, ‘Periandros en Periander. Over Vestdijk en Hermans’. In: Harry Bekkering, W. Bronzwaer, Rudi van der Paardt e.a. (red.), Het oog van de meester. Vestdijk-jaarboek 1998. Amsterdam 1998, p. 119-134.
- G.F.H. Raat, ‘Romantiek in theorie en praktijk’. In: Raat e.a. 1999, p. 214-226.
- G.F.H. Raat, ‘Geen rust voor de kunstvlooien. Over de stand van de Claus-studie’. In: Nederlandse letterkunde 5 (2000), nr. 2 (mei), p. 173-182.
- G.F.H. Raat, ‘Een monotone ophoping van mimetische gehoorzaamheid. Over De Geruchten en de kritiek’. In: Het teken van de ram. Bijdragen tot de Claus-studie 3. Amsterdam 2000, p. 273-289.
- G.F.H. Raat, ‘Een illegaal volksboek. Over De bende van Jan de Lichte en de kritiek’. In: Boelvaar Poef 1 (2001), nr. 1 (september), p. 5-17.
- G.F.H. Raat, ‘De roman als perpetuum mobile. De Kapellekensbaan in de literatuurbeschouwing’. In: Boelvaar Poef 3 (2003), nr. 2, p. 5-20.
- Gerard Raat, ‘Literatur für wache Leser. Willem Frederik Hermans’ Romane Die Dunkelkammer des Damokles und Nie mehr schlafen. In: Nachbarsprache niederländisch 18 (2003), nr. 1, p. 3-13.
- G.F.H. Raat, ‘Thomas Rosenboom, Publieke werken’. In: Lexicon van literaire werken, februari 2004.
- G.F.H. Raat, ‘Orkestratie in de literatuurwetenschap. Over de institutionele analyse’. In: T. van Deel, Marita Mathijsen en Gerard de Vriend (red.), Kijk op kritiek. Essays voor Kees Fens. Amsterdam 2004, p. 206-222.
Publicaties in Dare |
|  |
|