Home
Joris Oddens (1981) studeerde Nederlandse Taal en Cultuur (BA, cum laude), Europese Studies (BA, cum laude) en geschiedenis (MA, cum laude) aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Università degli Studi di Firenze. Oddens houdt zich bezig met de (politieke) cultuurgeschiedenis van Europa gedurende de lange achttiende eeuw (1670-1830). In 2006 was hij fellow aan het Nederlands Instituut in Turkije, en in 2009 verscheen van hem Een vorstelijk voorland. Gerard Hinlopen op reis naar Istanbul (1670-1671), een geannoteerd reisverhaal van een staatsgezinde regent uit Hoorn. Daarnaast droeg hij met artikelen en recensies bij aan onder meer Skript, De Boekenwereld, Openbaar Bestuur, Doopsgezinde Bijdragen, Tijdschrift voor Geschiedenis en Jaarboek Parlementaire Geschiedenis. Momenteel werkt hij aan de UvA aan een proefschrift over de politieke cultuur van de Nationale Vergadering, het eerste democratisch gekozen parlement van Nederland.
Links
Publicaties UvA-DARE
Een vorstelijk voorland. Gerard Hinlopen op reis naar Istanbul (1670-1671)
Website projectgroep The First Dutch Democracy
Curriculum Vitae and List of Publications (in English)
De parlementaire praktijk. De werking van de Nationale Vergadering, 1795-1801 (dissertatie in voorbereiding)
Ruim een jaar nadat met de vlucht van Willem v naar Engeland de door de patriotten zo vurig gewenste Bataafse Republiek werkelijkheid was geworden, kwam op 1 maart 1796 de Nationale Vergadering in Den Haag bijeen. Hoewel aan de instelling van dit eerste gekozen Nederlandse parlement al de nodige discussies waren voorafgegaan, was de stemming optimistisch: eindelijk zou het soevereine Nederlandse volk in een representatieve democratie kunnen beschikken over zijn eigen lot, zonder de bemoeienissen van een machtigestadhouder. In de parlementaire praktijk werd echter al snel duidelijk dat het in theorie natiebreed gedeelde nieuwe ideaal van één- en ondeelbaarheiddoor devolksvertegenwoordigers op radicaal verschillende manieren werd uitgelegd, en dat er fundamentele meningsverschillen bestondenover hoe de nieuwe Republiek eruit moest zien. Ook over de vraag welke rol de Nationale Vergadering in dezeRepubliekprecies moest spelen,bestond allerminst overeenstemming.
Dit onderzoek, dat deel uitmaakt van het nwo-project The First Dutch Democracy: The Political World of the Batavian Republic, 1795-1801, gaat over het ontstaan van een nationale democratische cultuur in het eerste gekozen parlement van Nederland. De roerige politieke ontwikkelingen en de belangrijke parlementaire debatten uit de eerste helft van het Bataafse tijdvak zullen worden bezien vanuit het perspectief van de 308 volksvertegenwoordigers die gedurende deze periode in één of meer nationale vertegenwoordigende lichamen zitting hadden. Vanaf de opkomst van de Patriottenbeweging (ca. 1780) hadden de Bataafse politici uitgebreid nagedacht over de inrichting van een democratische staatsvorm, waarbij ze zich hadden laten inspireren door klassieke en contemporaine republikeinse denkers en door positieve en negatieve voorbeelden uit de Amerikaanse en Franse Revoluties. Aan de hand van onder meer het parlementaire Dagverhaal, politieke geschriften, dagboeken, correspondenties en memoires zal worden onderzocht wat de ideeën die zij hadden opgedaan in het eigenlijke politieke proces waard bleken te zijn, en hoe zij omgingen met de zich al spoedig manifesterende discrepanties tussen democratische theorie en democratische praktijk.