Faculteit der Geesteswetenschappen
M. Rutjes
M. (Mart) Rutjes
Capaciteitsgroep Geschiedenis Universiteit van Amsterdam


Spuistraat 134
1012 VB Amsterdam

Kamer: 462

Telefoon
0205254492
0205254464

http://home.medewerker.uva.nl/m.rutjes/
E-mail



Home

Onderzoek

Per 1 september 2007 ben ik als promovendus verbonden aan de leerstoelgroep Nieuwste Geschiedenis. Mijn onderzoek, Political Key-Concepts: Representation and Citizenship in the Batavian Republic 1795-1801, is onderdeel van het NWO-onderzoeksproject The First Dutch Democracy: The Political World of the Batavian Republic, 1795-1801.

Dit onderzoeksproject heeft tot doel de politieke cultuur van de eerste zes jaren van de Bataafse Republiek bloot te leggen. De Franse inval van 1795 betekende het einde van de Republiek der Verenigde Nederlanden, en bood de Nederlandse revolutionairen de kans een nieuwe staatsorde te creƫren. Dit bleek in de praktijk lastiger dan het oorspronkelijke enthousiasme van deze revolutionairen deed vermoeden: de Nationale Vergadering die in 1796 bijeenkwam om een constitutie voor de nieuwe Republiek te ontwerpen zou hier pas in 1798 in slagen. Deze Staatsregeling voor het Bataafse Volk werd in 1801 vervangendooreen nieuwe (conservatievere) grondwet, waarmee een einde kwam aan de experimentele fase van de Bataafse Republiek.

Gedurende deze fase waren er echter discussies gevoerd en beslecht over de aard van de Nederlandse Republiek. De Bataven waren het er over eens dat de Republiek zoals die de afgelopen eeuwen had bestaan niet langer voldeed, of zelfs nooit had beantwoord aan de definitie van een ware republiek. In hun zoektocht naar een politiek bestel dat geschikt was voor het heden en de toekomst worstelden de Bataven met een aantal fundamentele uitgangspunten voor hun Republiek. Kon Nederland een eenheidsstaat worden of moest zij, in lijn met de vroegmoderne opvattingen over republieken, een confederatie van kleine republiekjes blijven? Kon Nederland een democratie worden, en wat diende men dan te verstaan onder een democratie? Welke burgers konden vervolgens deelnemen aan de democratie?

Om inzicht te krijgen in het revolutionaire politieke denken maak ik gebruik van de begripshistorische methode, waarbij de betekenissen en functies van specifieke kernbegrippen centraal staan. Ik wil laten zien welke betekenissen begrippen als representatie, burgerschap, republiek, democratie en aristocratie hadden, waar deze betekenissen vandaan kwamen en hoe sommige begrippen geherdefinieerd werden in de loop van de debatten. Ik onderzoek hierbij zowel de contemporaine analyses over de politiek zoals die in boeken, pamfletten en parlementaire debatten voorkwamen, als het niveau van wetgeving en politieke praktijken waarop deze opvattingen uitgewerkt werden. De periode 1795-1801 is bijzonder omdat opvattingen over politiek en samenleving direct vertaald werden in nieuwe politieke praktijken. De wisselwerking tussen deze niveaus en de gevolgen ervan krijgen in dit onderzoek dan ook de nodige aandacht.

Begeleiders

Prof. dr. Niek van Sas en prof. dr. Wyger Velema.