Master Geneeskunde

De artsopleiding bestaat uit een driejarige bachelor geneeskunde, gevolgd door een eveneens driejarige master.



Inleiding

In de onderstaande tekst wordt uitleg gegeven over de Master Geneeskunde Curius+:

  1. Naam Curius+
  2. Uitgangspunten van Curius+
  3. Uitgangspunten van het Masterprogramma
    • Aansluiting op de Bachelor
    • CanMeds-rollen
    • Professioneel gedrag (PG)
  4. Inhoud en organisatie van het Masterprogramma
    • Masterfases
    • Lijn Medisch Professionele Vorming
    • Toetsing en beoordeling
    • Overzicht onderwijsonderdelen Master Geneeskunde
    • Studiebelasting
    • Masterdiploma
    • Carrière vooruitzichten
  5. Mogelijkheden tot differentiatie
    • Differentiatie pakketten
    • Buitenland
  6. Bijzondere programma’s
    • Dedicated schakeljaar
    • Honours-masterprogramma Geneeskunde
    • AMC-UvA MD/PhD programma

1. Naam Curius+

Het curriculum van de opleiding Geneeskunde van de Faculteit der Geneeskunde Academisch Medisch Centrum (AMC), Universiteit van Amsterdam (UvA) heet Curius+. Deze naam is een samentrekking van een drietal woorden die symbool staan voor de opleiding Geneeskunde:

  • Curious/curiosity: nieuwsgierig/nieuwsgierigheid. Dit staat bovendien voor eigen inzicht en zelfwerkzaamheid
  • Cure: genezen
  • Curriculum: onderwijsprogramma

Waar de naam Curius stond voor het oude Doctoraalprogramma, staat de ’+’ voor de in studiejaar 2009-2010 ingevoerde Bachelor, en de in 2012-2013 ingevoerde Master. Het onderwijs van het oude curriculum “Curius” of het oude Curriculum ’93 wordt niet meer aangeboden. Voor informatie hierover wordt verwezen naar de website van de UvA met alle studiegidsen, waar u kunt zoeken op collegejaar en vervolgens opleiding (zie http://www.studiegids.uva.nl).Inmiddels is per studiejaar 2016-2017 de nieuwe Bachelor Geneeskunde met de naam Epicurus ingevoerd.

Hieronder wordt allereerst een beschrijving gegeven van de uitgangspunten van Curius+. Vervolgens worden de uitgangspunten van het Masterprogramma toegelicht en wordt ingegaan op de inhoud en organisatie van het curriculum. Tot slot worden de mogelijkheden tot differentiatie en bijzondere programma’s besproken, waaronder het Dedicated schakeljaar, het Master-honoursprogramma en het MD/PhD programma.

2. Uitgangspunten van Curius+

Het AMC leidt op tot bevlogen, toekomstbestendige artsen die zelfstandig, (zelf-)kritisch zorg kunnen dragen voor de bevordering van gezondheid en behandeling van ziekte van een diversiteit aan patiënten en die kritisch reflecteren op hun handelen. De AMC-arts, die overal in de gezondheidszorg werkzaam kan zijn, is een empathische, open en communicatieve professional die ‘een leven lang leert’. De AMC-arts wordt bovendien opgeleid in een grootstedelijke multiculturele omgeving. Hij/zij neemt actief deel aan het bevorderen en het in stand houden van de volksgezondheid: het voorkomen van ziekte en handicap, het bijdragen aan genezing en herstel van zieken, het verlichten van lijden en ongemak en het begeleiden van zieken en mensen in hun omgeving. Kernwaarden van een dergelijke houding zijn: respect voor mensen (ongeacht sekse, levensfase, etnische-culturele achtergrond, economische status, seksuele geaardheid of levensovertuiging), integer, kritisch op eigen handelen, verantwoordelijk, open staand voor feedback en gericht op samenwerking. Hij/zij beschikt daarnaast over goede communicatieve vaardigheden (gericht op informatie vragen en verstrekken) en kan zich daarbij verplaatsen in de leefwereld van de patiënt. Hij/zij gebruikt als academicus evidentie voor het professionele handelen en is gericht op de gezondheidszorg van de toekomst en geëquipeerd voor continue verandering.

Om deze reden heeft het AMC ervoor gekozen om de volgende uitgangspunten te hanteren:

  • Een curriculum gericht op het verwerven en duurzaam internaliseren van feitelijke biomedische kennis alsmede het opdoen van intellectuele en praktische vaardigheden om medische problemen op te lossen middels klinisch redeneren. De uitgangspunten van de “evidence-based medicine” doctrine worden hierbij nadrukkelijk toegepast;
  • Het aanleren van professioneel gedrag, scholing in wetenschap, en academische vorming;
  • Een student-gecentreerd curriculum, met voldoende ruimte voor zelfstudie en profilering. Het onderwijs is erop gericht de studenten optimaal te motiveren tot zelfstudie.

3. Uitgangspunten van het Masterprogramma

3.1 Aansluiting op de Bachelor

De artsopleiding van de Universiteit van Amsterdam (UvA), gevestigd in de Faculteit der Geneeskunde in het Academisch Medisch Centrum (AMC), bestaat uit een driejarige bachelorstudie, gevolgd door een driejarige masteropleiding Geneeskunde.

Tijdens de bachelor verwerft de student kennis over, en inzicht in de wetenschapsgebieden en ziektebeelden die relevant zijn voor de latere beroepsuitoefening. Daarnaast leert de student een aantal basisvaardigheden, en leert hij/zij zich in oefen- en opleidingssituaties professioneel te gedragen. Aan het einde van de bachelorstudie is de student in staat kennis, vaardigheden en professioneel gedrag toe te passen in medische vraagstukken met een relatief lage complexiteitsgraad.

In de masteropleiding vergroot de student zijn klinische en wetenschappelijke kennis en vaardigheden door een combinatie van stages/coschappen en onderwijs. Na het voltooien van de masteropleiding is de juist afgestudeerde arts basis bekwaam in de praktijk, waarbij hij kennis, vaardigheden en professioneel gedrag kan integreren, en kan omgaan met medische vraagstukken met een hogere complexiteitsgraad. De afgestudeerde arts is daarnaast in staat tot het zelfstandig uitvoeren van consulten.

Het coschappenprogramma kent een aantal algemene uitgangspunten:

  • Toepassing van kennis en vaardigheid, gericht op integrale medische competentie. Het programma beoogt bij de coassistent een 'integrale medische competentie' te bewerkstelligen. De student leert niet alleen vakspecifieke onderdelen van de patiëntenzorg, maar leert de patiënt holistisch te benaderen.
  • Structurele feedback. Gegeven tijdens de coschappen op basis van directe observatie, wordt vastgelegd in beoordelingsboekjes (de zogenaamde ‘coschapboekjes’).
  • Toenemende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Over de gehele periode van de coschappen is er een groei in zelfstandigheid en verantwoordelijkheid voor de coassistent.
  • Afnemende begeleidingsintensiteit. De toenemende zelfstandigheid gaat gepaard met steeds minder georganiseerd onderwijs, en een verschuiving van directe naar indirecte supervisie.
  • Valide en betrouwbare examinering. De beoordeling van de coassistent is gericht op het feitelijk functioneren in de klinische praktijk, waarbinnen ook de attitude en geschiktheid voor het beroep worden meegewogen.
  • Aanpassing aan de actualiteit van de gezondheidszorg. Het programma is toegesneden op de huidige gezondheidszorg, waarin ervaring met klinische, poliklinische èn extramurale zorg wordt opgedaan. Poliklinische en extramurale zorg staat centraal in masterfase 3.
  • Voorbereiding voor registratie als arts volgens de Wet BIG. De opleiding bereidt studenten voor op de opname in het register van artsen conform de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg. De opleiding richt zich op de opleidingseindtermen zoals bedoeld in deze wet.

3.2 CanMeds-rollen

Bij het ontwerp van de masteropleiding Geneeskunde is het Raamplan artsopleiding 2009 leidend geweest. Het Raamplan 2009 baseert zich op het CanMeds model (zie http://www.royalcollege.ca/portal/page/portal/rc/canmeds).

Dit model hanteert de volgende indeling van rollen en (deel)competenties van de arts in diverse beroepssituaties:

Medisch Deskundige

De net afgestudeerde arts bezit als medisch deskundige een breed kennis- en vaardighedenpakket uit het medisch kennisdomein en past dit toe in de medische praktijk. De arts verzamelt en interpreteert gegevens, maakt een probleemanalyse, neemt de juiste klinische beslissingen en voert deze uit met inachtneming van de grenzen van eigen deskundigheid en bekwaamheid. De arts controleert of de gekozen beslissing en bijbehorende uitvoering van voldoende kwaliteit zijn en of het gezochte effect bereikt wordt. De arts levert zorg conform de actuele professionele standaard en waar mogelijk evidence-based, ethisch onderbouwd en kostenbewust. De arts communiceert doeltreffend mondeling, schriftelijk, elektronisch met patiënten en hun naasten, en met andere werkers in de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg.

Communicator

Als communicator gaat de pas afgestudeerde arts een doeltreffende relatie aan, en onderhoudt deze met patiënten, hun naasten en andere werkers in de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg. De arts gebruikt (medisch) communicatieve vaardigheden om hooggekwalificeerde zorg te bieden.

Samenwerker

De net afgestudeerde arts bouwt als samenwerker een collegiale samenwerking op en werkt doeltreffend samen in een multidisciplinair samenwerkingsverband om te komen tot besluitvorming rond optimale patiëntenzorg, onderwijs en/of onderzoek. De arts werkt doeltreffend samen met patiënten, patiëntengroepen en andere werkers in de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg. De arts brengt informatie over, onderhandelt, geeft leiding, voert consultaties uit en participeert in intercollegiale toetsing.

Organisator

Als organisator levert de pas afgestudeerde arts een bijdrage aan besluiten over beleid en de toewijzing van beperkte financiële, materiële en personele middelen. De arts stemt op een verantwoorde wijze taken onderling op elkaar af in het werk - op strategisch, tactisch en operationeel niveau - en daarbuiten. De arts prioriteert taken, voert deze, waar nodig in een team, uit en evalueert.

Gezondheidsbevorderaar

De net afgestudeerde arts als gezondheidsbevorderaar erkent en bepleit actief het belang van preventieve gezondheidszorg voor de individuele patiënt, patiëntengroepen en de maatschappij. De arts draagt dit belang individueel dan wel in teamverband uit aan beleidsmakers op het terrein van de volksgezondheid en brengt preventieve gezondheidszorg (primair, secundair, tertiair) waar mogelijk in praktijk.

Academicus

Als academicus levert de juist afgestudeerde arts een wetenschappelijke bijdrage aan de beoordeling, opbouw en het begrip van kennis en kunde van de gezondheidszorg. De arts geeft onderwijs en/of bevordert onderwijs aan studenten, patiënten en anderen. De arts neemt klinische beslissingen waar mogelijk op wetenschappelijk verantwoorde wijze, erkent het belang van levenslang leren en fungeert hierin als rolmodel.

Beroepsbeoefenaar

Tenslotte vervult de net afgestudeerde arts een unieke maatschappelijke rol om de gezondheid en het welbevinden van de samenleving naar een zo hoog mogelijk niveau te brengen. De arts beoefent de patiëntenzorg volgens de hoogst geldende medische en ethische standaarden. De arts spant zich voortdurend in om de standaarden van zijn vakgebied volledig te beheersen.

De competenties die de student in de masteropleiding dient te verwerven zijn gedetailleerd beschreven in het Raamplan Artsopleiding 2009. De meeste in dit Raamplan beschreven vraagstukken rondom gezondheid en ziekte komen in het curriculum van de masteropleiding aan de orde.

Voor het Raamplan wordt verwezen naar de website van het NFU (zie http://www.nfu.nl/onderwijs-en-opleiding/opleiding-geneeskunde/).

3.3 Professioneel gedrag (PG)

In de Master is samenwerken in teamverband continue aan de orde, niet alleen met medecoassistenten, arts-assistenten, specialisten en verpleegkundigen, maar ook met patiënten en hun naasten. Consequenties van medisch handelen worden regelmatig besproken en geanalyseerd, gekoppeld aan de praktijk. Integratie van medische kennis, vaardigheden en gedrag wordt in de master gevonden in het onderdeel ‘reflectie op persoonlijke ontwikkeling tot medisch professional’. Onder leiding van een mentor, een ervaren clinicus, reflecteren studenten op theoretische, klinische en persoonlijke vraagstukken die van belang zijn voor de ontwikkeling tot medisch professional.

De volgende CanMEDs-rollen vallen geheel of gedeeltelijk onder professioneel gedrag: communicator, samenwerker, organisator en beroepsbeoefenaar. Organisator heeft te maken met omgaan met taken, communicator en samenwerker vooral met omgaan met anderen. Beroepsbeoefenaar tenslotte, heeft te maken met omgaan met jezelf in relatie tot de medische beroepscodes. Naast beoordeling van toepassing van medische kennis wordt in ieder coschap systematisch feedback gegeven op professioneel gedrag. Hierdoor leert de student kritisch te zijn naar zichzelf en zijn gedrag, en om zich voortdurend bij te scholen en te verbeteren.

4. Inhoud en organisatie van het Masterprogramma

De masteropleiding van de Faculteit der Geneeskunde AMC/UvA kenmerkt zich door relatief lange praktijkstages (coschappen), en een beperkt aantal onderwijsweken met een meer theoretisch karakter. De reden hiervoor is dat vaardigheden als informatie verzamelen, klinisch redeneren en patroonherkenning het beste worden aangeleerd in authentieke beroepssituaties. Onderwijs tijdens de stages is - waar mogelijk -  georganiseerd in dagen of dagdelen, en reflecteert steeds op de in de beroepssituatie opgedane klinische ervaring, “just-in-time”. Daarnaast participeren studenten in een mentorprogramma, en doen zij in het derde Masterjaar een wetenschappelijke stage.

4.1 Masterfases

De masteropleiding is opgebouwd uit vier fasen. De masterfasen 1 t/m 4 vertegenwoordigen fasen van toenemende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, en afnemende begeleidingsintensiteit van de student (van “directe” naar “indirecte” supervisie”).

  • Masterfase 1 beslaat de eerste helft van jaar 1 en heeft de naam “introductiefase”.In deze fase is de student voor het eerst werkzaam op een klinische of poliklinische afdeling. In deze overgang van theorie naar klinische praktijk ligt het accent op algemene klinische vaardigheden. Hierbij ligt de nadruk op “consultvoering”, waarvan alle onderdelen/fasen reeds in de bachelor zijn geoefend. Daarnaast worden nieuwe, vakspecifieke kennis en vaardigheden verworven. De coschappen in masterfase 1 kennen een vaste volgorde: Dermatologie (3 wkn), Oogheelkunde (3 wkn), Keel-, Neus- en Oorheelkunde (4 wkn), en één van de drie disciplines Interne geneeskunde, Heelkunde of Kindergeneeskunde (IHK-1, 10 wkn). Het onderwijsprogramma in Masterfase 1 - twee weken voorafgaand aan het coschap Dermatologie, één week voorafgaand aan Oogheelkunde, twee weken voorafgaand aan IHK-1, en 13 dagen of dagdelen tijdens deze vier coschappen - vindt geheel plaats in het AMC, en in het “teaching hospital” het OLVG. Belangrijke onderdelen van het programma zijn training in consultvoering, het zogenaamde “just-in-time” onderwijs waarin alle studenten enkele malen volgens een vast format casuïstiek presenteren, gestuurd door de “vraagstukken rondom gezondheid en ziekte” (Raamplan Artsopleiding 2009), en bedside teaching. Aan het einde van masterfase 1 moet de student in staat zijn om relatief eenvoudig consult te kunnen voeren, d.w.z. op een adequate wijze gegevens te verzamelen middels anamnese en lichamelijk onderzoek, om via klinisch redeneren tot een waarschijnlijkheids- en differentiaaldiagnose te komen, en om een diagnostisch of therapeutisch beleidsplan op te stellen. Daarnaast dient de student verslag te kunnen leggen van bevindingen en beleidsplan, in staat zijn tot adequate communicatie met patiënt en naasten, en moet hij blijk gegeven hebben van een adequate beroepshouding. Consultvoering loopt vervolgens als een rode draad door in de volgende masterfasen. Qua CanMEDS rollen wordt in deze fase met name gewerkt aan de rollen medisch deskundige en communicator.
  • Masterfase 2 beslaat de tweede helft van jaar 1 en de eerste helft van jaar 2. Het thema van deze fase is “het leren toepassen van algemene klinische vaardigheden en het verwerven specifieke klinische vaardigheden in de praktijk”.Naast het “perfectioneren” en “automatiseren” van consultvoeringsvaardigheden, ligt in deze fase het accent op het behalen van discipline-gebonden leerdoelen. Dit in de andere twee van de drie coschappen Interne geneeskunde, Heelkunde of Kindergeneeskunde (IHK-2&3, beide 8 wkn), Neurologie, en Psychiatrie (beide 6 wkn), en Gynaecologie/Verloskunde (8 wkn). Masterfase 2 vindt plaats in het AMC en in de diverse affiliatieziekenhuizen. Net als in masterfase 1 is er tijdens de coschappen van masterfase 2 “just-in-time” onderwijs en bedside teaching. Waar mogelijk is het onderwijs georganiseerd in dagdelen, anders in losse uren. Onderwijs tijdens het coschap Psychiatrie is georganiseerd als wekelijkse onderwijsterugkommiddagen. Qua CanMEDS is er toenemende aandacht voor de rollen organisator en samenwerker.
  • Masterfase 3 beslaat de tweede helft van masterjaar 2. Het thema van deze fase is “verzelfstandiging en consolidatie”.In deze fase acteert de student zelfstandiger, uiteraard onder - tenminste indirecte - supervisie, en “opereert” hij bewuster in de maatschappelijke context van de medische praktijk. Reeds verworven kennis en vaardigheden worden geïntegreerd in routinematig handelen in het vereiste tempo, in een poliklinische of extramurale omgeving. De coschappen van Masterfase 3 - poli Interne geneeskunde, poli Heelkunde (beide 4 wkn), Huisartsgeneeskunde (5 wkn) en Sociale geneeskunde (3 wkn) - vinden voornamelijk in de affiliatieziekenhuizen en extramuraal plaats. Onderwijs tijdens de coschappen Huisartsgeneeskunde en Sociale geneeskunde is georganiseerd als onderwijsterugkomdagen. Qua CanMEDS rollen is er in deze fase structureel aandacht voor de rol gezondheidsbevorderaar.
  • Masterfase 4 beslaat de laatste vier weken van masterjaar 2 plus masterjaar 3. Het thema van deze afsluitende fase is “klinische en wetenschappelijke verdieping, en beroepsoriëntatie”. Net als in masterfase 3 is de student in deze fase niet alleen zelfstandiger, maar dient hij ook - als een beginnend arts-assistent - meerdere patiënten/problemen tegelijk te kunnen “managen” (klinisch), of meerdere aansluitende consulten te kunnen voeren bij verschillende patiënten (poliklinisch of extramuraal); dit onder indirecte, en beperkte directe supervisie. Daarnaast wordt in deze fase aan de student maximale vrijheid gegeven om eigen invulling te geven aan de laatste fase van de opleiding om zich daarmee voor te bereiden op een eventuele medisch(e) (specialistische) vervolgopleiding. Masterfase 4 - bestaand uit het verbredend coschap (4 wkn), de semi-artsstage (16 wkn), het keuzeonderwijs (8 wkn) en de wetenschappelijke stage (16 wkn) - vindt in het AMC of in de affiliatieziekenhuizen plaats. Aan het einde van deze fase wordt de student geacht alle competenties op niveau van beginnend arts te beheersen. Qua CanMEDS rollen komen in masterfase 4 alle zeven rollen, inclusief beroepsbeoefenaar en academicus, aan de orde.

4.2 Lijn Medisch Professionele Vorming

Tijdens de masteropleiding is er niet alleen sprake van kennistoename en ontwikkeling van vaardigheden, maar doet de student tijdens een groot aantal coschappen klinische ervaring op waarbij hij/zij zich ontwikkelt tot medisch professional.

Om de professionele ontwikkeling voor alle zeven CanMEDS rollen optimaal te laten verlopen, participeren de masterstudenten vanaf de eerste week van de masteropleiding in een mentorprogramma. Het doel van dit programma, dat onderdeel is van de lijn medisch professionele vorming (MPV), is de studenten in groepsverband en individueel de gelegenheid te bieden na te denken over hun persoonlijke ontwikkeling tot medisch professional, en hen een methode van systematisch reflecteren op het eigen medisch handelen aan te leren. In dit mentorprogramma worden coassistenten in groepen van 7 à 8 gedurende de gehele master begeleid in hun medisch professionele ontwikkeling door een ervaren medisch specialist, hun mentor. In 14 geplande groepsbijeenkomsten verdeeld over de drie jaren wordt door coassistenten ingebrachte casuïstiek en specifieke thema’s besproken volgens de incidentmethode. Daarnaast vinden halverwege het eerste masterjaar, in het tweede jaar en in het derde jaar in totaal drie individuele gesprekken plaats tussen de mentor en haar/zijn studenten, steeds aan de hand van een kritische zelfreflectie/het persoonlijk ontwikkelplan (POP1t/m3). In masterjaar 3 worden in het kader van de lijn MPV vrijwel maandelijks symposia georganiseerd, waarin o.a. beroepsoriëntatie en -keuze aan de orde komt. Alle masterjaar 3 studenten dienen tenminste twee symposia bij te wonen. Daarnaast worden iedere maand loopbaantrainingen aangeboden door studentpsychologen van de UvA, de KNMG en door het onafhankelijke bureau “Geneeskeuze”.

4.3 Toetsing en beoordeling

In aansluiting op de uitgangspunten van de master richt de beoordeling van de masterstudent zich voornamelijk op het feitelijk functioneren in de (klinische) praktijk. Toetsing en (eind-)beoordeling van de praktijkstages/coschappen vindt plaats op basis van studentportfolio’s. Eindbeoordeling van de wetenschappelijke stage is gebaseerd op beoordeling van de eindproducten van de stage, namelijk een wetenschappelijk verslag en presentatie.

Coschapboekjes

Ieder coschap heeft een eigen studentportfolio/coschapboekje, waarvan de student er -per coschap - één ontvangt. Aan de hand van de eerdergenoemde “CanMEDS rollen” - Medisch Deskundige, Communicator, Organisator, Samenwerker, Gezondheids-bevorderaar, Academicus en Beroepsbeoefenaar - verzamelt en bundelt de student feedback op, en competentiebeoordelingen voor geobserveerde activiteiten door verschillende coschapbegeleiders/supervisors. Uit alle in het boekje verzamelde feedback en competentiebeoordelingen, en het resultaat van een klinische kennistoets wordt de eindbeoordeling voor een coschap afgeleid. Bij de eindbeoordeling wordt ook een oordeel gegeven over het getoonde professioneel gedrag.

Korte Praktijk Beoordelingen

In alle coschappen krijgt de coassistent o.a. feedback middels een formulier voor Korte Praktijk Beoordeling (KPB). Dit formulier wordt ingevuld door een coschapbegeleider /supervisor na observatie van een activiteit van de coassistent gedurende +/- 10 minuten.

Klinische kennistoets

Een onderdeel van vrijwel alle coschappen van masterfasen 1 en 2 is een klinische kennistoets. Hierin wordt de klinische kennis van de individuele coassistent over de betreffende discipline getoetst. De uitslag van deze toets wordt meegewogen in de eindbeoordeling van het coschap.

Tussentijdse beoordeling

In coschappen die langer duren dan vier weken krijgt de coassistent een tussentijdse beoordeling in de vorm van een gesprek waarvan de inhoud schriftelijk wordt vastgelegd. Deze beoordeling heeft als doel het leerproces van de coassistent bij te sturen.

Eindbeoordeling

Ieder coschap wordt afgesloten met een gesprek waarin een eindbeoordeling wordt gegeven op de onderdelen 'medische deskundigheid' en 'professioneel gedrag'. In dit eindoordeel aggregeert de examinator de verzamelde competentiebeoordelingen en feedback, en de uitslag van de kennistoets tot een eindcijfer op deze twee onderdelen.

Aan het einde van masterjaar 1, en aan het einde van masterfase 3 wordt bij alle studenten formeel het klinisch redeneervermogen getoetst, middels een verplichte klinisch redeneer toets.

De wijze van toetsing van de masteronderdelen is vastgelegd in de Onderwijs en Examen Regelingen (OER). Voor meer informatie over de OER (zie http://student.uva.nl/mgnk/az/item/onderwijs--en-examenregelingen-oer-en-aanvullende-regelingen-kopie.html).

4.4 Overzicht onderwijsonderdelen Master Geneeskunde

Zie Onderwijs- en Examenregeling (OER) MASTER Geneeskunde, B. Opleiding specifiek deel (zie http://student.uva.nl/mgnk/az/item/onderwijs--en-examenregelingen-oer-en-aanvullende-regelingen-kopie.html

4.5 Studiebelasting

De omvang van de studieonderdelen van de Masteropleiding Geneeskunde wordt uitgedrukt in european credits (EC), waarbij 1 EC overeenkomt met een tijdsbesteding van 28 studie-uren voor de gemiddelde student. Ieder studiejaar bestaat uit 60 EC.

4.6 Masterdiploma

Na succesvolle afronding van de masteropleiding geneeskunde ontvangt de student het masterdiploma Geneeskunde. Na registratie in het BIG-register mag vervolgens de beroepstitel arts worden gevoerd (zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/personeel-in-de-zorg/inhoud/beschermde-titels-in-de-zorg).

4.7 Carrière vooruitzichten

Na het behalen van het artsdiploma volgen de meeste artsen een medische vervolgopleiding. Er zijn drie categorieën erkende specialistische medische vervolgopleidingen, dat zijn de opleidingen tot 1) medisch specialist, 2) sociaal geneeskundige en 3) huisarts, arts voor verstandelijk gehandicapten of specialist ouderengeneeskunde. Daarnaast bestaan er niet-erkende vervolgopleidingen, ook wel niet-specialistische vervolgopleidingen genoemd. Voor meer informatie (zie https://www.knmg.nl/opleiding-herregistratie-carriere/medische-vervolgopleidingen/vervolgopleidingen.htm).

5. Mogelijkheden tot differentiatie

5.1 Differentiatiepakketten

In de masteropleiding is er naast het algemene programma ook mogelijkheid tot differentiatie in de onderwijsonderdelen van masterfase 4 (de laatste 4 weken van masterjaar 2 en masterjaar 3), die door de student nader in te vullen zijn.

Verbredend coschap

In het 4 weken durende verbredend coschap kan de student kiezen voor een discipline waarin chronische aandoeningen of het leven met een beperking een belangrijk thema zijn, of voor een “ondersteunende” discipline. De student kiest uit een vast, door het Onderwijsinstituut goedgekeurd aanbod aan stages. Het is niet mogelijk zelf een verbredend coschap te organiseren.

Semi-arts stage

De semi-arts stage is een verplicht onderdeel van de masteropleiding en moet worden beschouwd als een klinische proeve van bekwaamheid, waarbij de voltooiing van de opleiding en de geschiktheid als arts moeten worden getoond. De duur van de semi-arts stage is 16 weken, maar kan in het kader van het dedicated schakeljaar worden verlengd tot 24 weken (zie: 6.1 Dedicated schakeljaar). Voor een semi-arts stage kan de student kiezen uit een vast, door het Onderwijsinstituut goedgekeurd aanbod van plaatsen. De student kan ook zelf een semi-arts stage regelen in binnen- of buitenland, mits deze voldoet aan de vastgestelde kwaliteitscriteria, volgens de daarvoor bestemde toestemmingsprocedure.

Keuzeonderwijs

De student kan binnen de acht verplichte weken keuzeonderwijs verschillende mogelijkheden benutten voor verdieping of verbreding in het diverse werkveld van de arts. Er kan gekozen worden voor een coschap in binnen- of buitenland, en voor de intramurale, extramurale of openbare gezondheidszorg. De student regelt zelf een coschap volgens de daarvoor bestemde toestemmingsprocedure of kiest uit een vast aanbod van plaatsen van het Onderwijsinstituut. Daarnaast kan er ook onderwijs gevolgd worden of gekozen worden voor een cursus die verdiepend is voor het beroep van arts. Een combinatie van coschap en onderwijs behoort ook tot de mogelijkheden als de totale duur van de diverse kleinere onderdelen maar 8 weken beslaat.

Wetenschappelijke stage

De wetenschappelijke stage is een verplicht studieonderdeel binnen het zogenaamde differentiatiepakket in de vierde fase van de masteropleiding. Het is in de eerste plaats een proeve van bekwaamheid op de wetenschapsgerichte eindtermen van het Raamplan 2009. De student doet een bijdrage aan onderzoek op het terrein van de geneeskunde, biomedische of gezondheidswetenschappen en doet ervaring op met methoden van medisch-wetenschappelijk onderzoek. De student kan kiezen uit een aanbod van goedgekeurde stageprojecten of zelf een stage regelen volgens de daarvoor bestemde toestemmingsprocedure. Als onderdeel van het differentiatiepakket kan de in principe 16 weken durende wetenschappelijk stage worden verlengd tot maximaal 24 weken.

Zie Onderwijs- en Examenregeling Master Geneeskunde, B. Opleidingsspecifiek deel (zie http://student.uva.nl/mgnk/az/item/onderwijs--en-examenregelingen-oer-en-aanvullende-regelingen-kopie.html).

5.2 Buitenland

Studenten kunnen zich ook onderscheiden door een aantal onderwijsonderdelen te volgen in het buitenland:

  • Coschap Kindergeneeskunde Brussel/Antwerpen, masterfase 2
  • Keuzeonderwijs, waaronder coschap Ontwikkelingslanden
  • Wetenschappelijke stage

Informatie over een studieperiode in het buitenland is te verkrijgen bij het bureau International office van het AMC (tijdens de spreekuren of op afspraak) of via het lemma “International Office” in de A-Z lijst van Geneeskunde (zie http://student.uva.nl/mgnk/az/item/international-office-amc.html).

Uiteraard kan ook zelf een studieperiode in het buitenland geregeld worden. Voor het voorbereiden van een stage of studie in het buitenland moet ongeveer een jaar uitgetrokken worden.

6. Bijzondere programma’s

6.1 Dedicated schakeljaar

Sinds het academisch jaar 2014-2015 kan masterjaar 3 - bestaand uit de semi-artsstage, het keuzeonderwijs en de wetenschappelijk stage - ook worden ingevuld als “dedicated schakeljaar”. Door te kiezen voor een bepaalde combinatie van disciplines waarbinnen deze stages worden gelopen, of door het doen van alle stages binnen één discipline kunnen studenten zich “profileren” voor een of meerdere medisch specialistische vervolgopleidingen. Na toelating tot zo’n vervolgopleiding kan - afhankelijk van de in het schakeljaar verworven competenties - met de opleider korting worden afgesproken op de opleidingsduur.

Tot medio 2016 werden aansluitende stages binnen één discipline aangeboden via een centrale werving- en selectieprocedure. Die procedure is echter medio 2016 beëindigd,  sindsdien kan in principe iedere student in samenspraak met een semi-artsstage opleider de semi-artsstage en het keuzeonderwijs aansluitend op één afdeling plannen.

Meer informatie over het Dedicated schakeljaar (zie http://www.specialistenopleidingopmaat.nl/ en https://www.amc.nl/web/Onderwijs/Opleiderdocent/OOR-AMC.htm).

6.2 Honours-masterprogramma Geneeskunde

Het Honours-masterprogramma Geneeskunde is extra en uitdagend onderwijs voor studenten die meer willen en kunnen dan de opleiding van hen vraagt. In de masteropleiding Geneeskunde wordt vanaf studiejaar 2012-2013 een individueel Honoursprogramma aangeboden naast het reguliere programma, met een omvang van minimaal 21 EC verdeeld over 3 jaren.

Voor meer informatie over het Honoursprogramma, zie het lemma “Honoursprogramma” in de A-Z lijst van Geneeskunde op student.uva.nl (zie http://student.uva.nl/mgnk/az/item/honoursprogramma.html).

6.3 AMC-UvA MD/PhD programma

Naast de basisvorm van een driejarige bacheloropleiding en een driejarige masteropleiding geneeskunde, bestaat voor talentvolle studenten met aantoonbare wetenschappelijke belangstelling het AMC-UvA MD/PhD programma. Dit programma biedt studenten de mogelijkheid om in 5,5 jaar zowel het masterdiploma als het doctoraat te verkrijgen. Voorwaarden voor deelname, programma en eisen voor afronding worden beschreven in het programma op de website van de Graduate School (zie https://www.amc.nl/web/Onderwijs/PhD-6/AMC-Graduate-School/About-the-AMC-Graduate-School.htm ) en de Onderwijsregeling MD/PhD studenten van het Onderwijsinstituut Geneeskunde.


Diploma
MSc Geneeskunde
Type
Regulier onderwijs
Vorm
Voltijd
Studielast
180 EC, 36 maanden
Voertaal
Nederlands
Start
Januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december
CROHO-code
66551

Gepubliceerd door  GNK