Home
Promotie
Dit onderzoek wil tonen hoe tussen 1945 en 2002 de politiek steeds op zoek ging naar een nieuwe stijl van politiek bedrijven. Na de Verzuiling waren de “achterkamertjes” door de democratiseringsgolf van de jaren zestig en zeventig verdacht geworden: openheid en polarisatie werden de nieuwe idealen voor democratie. Openbaarheid van besluitvorming, zoals de formatiepogingen van het tweede kabinet Den Uyl ondermeer toonden, bleken eind jaren zeventig toch geen soelaas te bieden. In de jaren tachtig lijkt de stijl van het bedrijfsleven de dominante stijl van democratisch leiderschap en openbaar bestuur geworden. Managementdenken en het marktmechanisme werden als democratisch middel door de overheid omarmd. Door middel van de nieuwe onderzoekmethoden van de politieke cultuur, met grote aandacht voor transfer, de invloed van metaforen en stijlen van leiderschap zal worden geanalyseerd hoe het openbaar bestuur in Nederland veranderde. Onderzocht wordt welkelanden, organisaties en bedrijfskundige principes hier invloedop hadden. Zo kan worden afgewogen of de managementstijl het democratischeopenbaar bestuur bevorderd of ‘verbeterd’ heeft door toegenomen doelmatigheid, dan wel of het bedrijfsmatige model in strijd is met inspraak, medezeggenschap en verantwoording als verworvenheden van de ‘gedemocratiseerde’ democratie sinds de jaren zestig.
De thematiek wordt geconcretiseerd door vier deelonderzoeken:
1. De opkomst en verbreiding van verschillende politieke stijlen, zoals het managementdenken en het bijbehorende discours in publicaties en andere expressies van de rijksoverheid;
2. De relaties, uitwisseling en netwerkvorming tussen openbaar bestuur en bedrijfsleven;
3. Het afnemende belang van de partij als machtsfactor in de regering, en de gevolgen die dit had voor de wijze waarop partijen georganiseerd en vernieuwd werden;
4. De implementatie van democratiseringstrategieën en het management- en marktdenken in het openbaar bestuur, in de vorm van reorganisaties en verzelfstandiging van het openbaar bestuur en de technocratisch-bestuurskundige benadering van publieke vraagstukken.
Onderzoeker NWO gefinancierd Onderzoek naar Goed Leiderschap, 1960-2010
Samen met prof. James Kennedy (UvA) en Ronald Kroeze (VU) deed ik van november 2010 tot november 2011 onderzoek naar naar de historische ontwikkeling van leiderschap in de moderne (Nederlandse) democratie sinds 1960. Het project was getiteld: De omgang met nieuw leiderschap en het verleden door de beleidsmedewerker van morgen.
De veronderstelling van het project is het idee dat je met een met een historische benadering er achter komt dat goed leiderschap:
a) voortdurend verandertomdat het tijdsgebonden is: iedere tijd vraagt zijn eigen leider dit staat haaks op veel (populair-)wetenschappelijke literatuur waarin éénideale leider wordt gepresenteerd en
b) als de ambtenarij meer historisch bewustzijn wordt geleerd kunnen ze beter reageren op het ogenschijnlijk wispelturige leiderschap. Als afsluiting van het onderzoek gaan we een training geven aan de top van de Nederlandse ambtenarij in samenwerking met de Algemene Bestuursdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Naar aanleiding van het onderzoek werd ondermeer het boek De Leiderschapscarrousel. Waarom iedere tijd zijn eigen leider vraagt (Boom Amsterdam: 2011; 300 pp.) gepubliceerd.