Lijst van publicaties (scroll naar onder voor PFS-files)
-'Zwijgend in niets dan taal', over Gerrit Kouwenaar. De Gids 160 (6) 1997, pp. 457-461. Do the Bernadette , een literaire recensie van een theatertekst, in Parmentier 8 (2/3) 1997, pp.97-99. 'Het wit bij Celan'. Raster 82 (5) 1998, pp. 95-101. [Zie Word file hieronder] ‘Gerrit Kouwenaar’, in: Kritisch literatuur lexicon, november 1999, pp. 19-25. ‘Rodenko: poststructuralist avant la letttre?’, recensie van Odile Heynders : Langzaam leren lezen : Paul Rodenko en de poëzie. Tilburg: Syntax, 1998. In: Literatuur 16 (3) 1999, pp. 1092-195. Recensie dissertatie Thomas Vaessens: CircusDubio&Schroom: Met Martinus Nijhoff, Paul van Ostaijen & de mentaliteit van het modernisme. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1998. In: Nederlandse Letterkunde 4 (4)1999, pp. 395-397. -Flink glimlachen in de wankele wereld. Over Peter van Lier. In Harry Bekkering en Ad Zuiderent (red.): Jan Campertprijzen 1999. Nijmegen: Vantilt, 1999, pp. 49-58. - ‘‘Die stilte daar was aards en warm’: Over stilte in de muziek en de poëzie’. In: Kunst &Letterkunst. Opstellen voor George Vis. Amsterdam: C.J. Aarts, 2000, pp. 47-59. -Recensie van Jan Oegema: Lucebert, mysticus. Over de roepingsgedichten en de Open brief aan Bertus Aafjes. In: Nederlandse letterkunde 5 (2) 2000, pp. 191-192. -Recensie van dissertatie Sonja Neef: Kalligramme: Zur Medialität einer Schrift, in Nederlandse letterkunde 6 (3) 2001, pp. 290-262. - ‘Een angsthaas in een reuzenrad’. Over Circulaire systemen van Paul Bogaert. Yang 38 (2), pp. 374-379. -‘Het schuwe schrijven’. In Hans Groenwegen (red.): En gene schitterde op de rede. Over Kees Ouwens. Groningen: Historische Uitgeverij 2002, pp. 245-268. -‘Een gedicht moet eerlijk zijn’- twee dichtersbiografieën’: over Gerard Bes: Hans Lodeizen 1924-1950. Balans, 2001 en over Wim Huijser: C. Buddingh’- een mens in de tijd. Zutphen: Walburg Pers, 2001. In: Literatuur 19 (2) 2002, pp. 111-113. ‘Een nieuwe lezing van Nijhoffs ‘De moeder de vrouw’. In: Nederlandse Letterkunde 7 (3) 2002, pp. 173-186. [zie PDF file hieronder] Leegte die ademt. Hettypografisch wit in de moderne poëzie. Dissertatie, Amsterdam, 2005. [zie PDF file hieronder] -‘Martine quitte son monde. Carnet Parisien’. In: Septentrion 35 (1), 2006. pp. 42-47. Leegte, leegte die ademt. Het typografisch wit in de moderne poëzie. Nijmegen: Vantilt. 2006. Rcensies naar aanleiding van het boek: o.a. Tonnus Oosterhoff (NRC Handelsblad) Kees Fens (De Volkskrant), Peter Henk Steenhuis (Trouw). ‘‘Handen als wentelteefjes’. Over de poëzie van Arnon Grunberg en MichelHouellebecq’. In: De Volksverheffing (red. Yves T’Soen en Koen Vergeer), Amsterdam: Atlas. De verzamelde verzen van één Leopold’. Recensie van: J.H. Leopold, Verzamelde verzen 1886-1925, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2006, 613 p. Bezorgd door H.T.M. van Vliet. In: Ons Erfdeel, nr. 2, p. 167-169. Yra van Dijk en Koen Hilberdink (red.) Jan Campertprijzen 2008, Nijmegen, Vantilt, 2008. ‘Being dissolved. Erasure and destruction in the digital text’. I n: Cyberpoetics, speciaal nummer van Frame. Tijdschrift voor literatuurwetenschap, 21 (1) 2008, pp. 86-93. [zie PDF file hieronder] ‘Arnon Grunberg: Tirza’. In: Ton Anbeek, Jaap Goedegebuure en Marcel Janssen: Lexicon van literaire werken. Groningen, Wolters-Noordhoff, 2008. [zie PDF file hieronder] Yra van Dijk en Thomas Vaessens, ‘De oceaan en de kweekvijver. Een pleidooi voor selectie’, in: De Brakke Hond 101, december 2008, pp.21-25. http://www.brakkehond.be/101/vaess1.html Yra van Dijk en Matthijs Ponte: ‘De schrijver is een pelikaan. Offerplaatsen in het werk van Arnon Grunberg’. In: Dietsche Warande en Belfort, 2009 (1): 52-33. [zie PDF file hieronder] ‘Spelen tegen het spel in’.Blanchot en Grunberg- Parmentier 18 (1), maart 2009, pp. 26-33. [zie PDF file hieronder] -‘Afscheid van de dirigent. Arnon Grunberg en de ethische literatuurbeschouwing, in: Vooys, 27 (1) , 2009, pp. 6-11. [zie PDF file hieronder] ‘‘Into thin air’. Blank space in ‘happening’ poetry. In: Gorus, Lennon & Reumkens (eds.), Word&Image. Literature and the pictorial arts in the twentieth century, Royal Academy of Science and Arts, Brussels , 2009, pp. 75-86. [zie PDF file hieronder] Yra van Dijk, ‘De koning is dood. Leve de koning. Twee gedichten van Nachoem Wijnberg’. In: Neerlandistiek.nl, 09.06 (2009). http://www.neerlandistiek.nl/09.06b/
|