dr.  Y.  (Yra)  van Dijk
Leerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde


Spuistraat 134
1012 VB Amsterdam
Kamer: 442 telefoon 525-4726

Telefoon


E-mail
no.Y.vanDijk@uva.nl.no

Onderzoek

Yra van Dijk (1970) promoveerde in 2005 op een onderzoek naar de betekenis van typografisch wit in de in de moderne poëzie (Leegte, leegte die ademt, Vantilt 2006)  Daarin gebruikte zij de theorie van onder andere Jacques Derrida en Maurice Blanchot om een leeswijze te ontwikkelen die recht deed aan de lege plekken in de tekst. Dit onderzoek zet zij nu voort in de vorm van publicaties en internationale lezingen over de interpretatie van digitale poezie.

Daarnaast schrijft zij recensies voor de Boekenbijlage van NRC Handelsblad, en werkt zij aan een studie over het werk van Arnon Grunberg, te verschijnen bij Vantilt.

In samenwerking met Olga van Marion, Maarten de Pourq en Carl de Strycker komt er bovendien een bundel over theorie en praktijk van intertekstualiteit in de nederlandse literatuur.



Over proefschrift
Recensie proefschrift NRC
Recensie proefschrift Trouw
Recensie proefschrift Spiegel der Letteren

Onderwijs

 

Yra van Dijk is sinds 2007 als docent verbonden aan deleerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde, en vanaf 1 augustus 2008 als universitair docent. Zij is lid van de opleidingscommissie van Nederlandse Taal en Cultuur, de opleidingscommissie van de Research-master Nederlandse Letterkunde en van de facultaire klachtencommissie.

Zij geeft onderwijs in de Bachelor, Master en Research-master Nederlandse Letterkunde, en tevens in de Bachelor Media & Cultuur. Zij organiseert extra-curriculaire activiteiten, zoals de maandelijkse canon leesclub in Spui 25.

In september 2010 start het keuzevak 'Tekst en Betekenis' in de master Nederlandse Taal en Cultuur- we zullen ons richten op de functie van de klassieke tragedie als intertekst in de moderne Nederlandse roman.

Studenten kunnen uiteraard langskomen met vragen over minors, keuzevakken en vervolgopleidingen, zoals de tweejarige Mastertrajecten aan op het gebied van de neerlandistiek: de researchmaster Nederlandse letterkunde en, samen met de FU Berlin, de Double Degree Comparatieve neerlandistiek:



Onderzoeksmaster
Double Degree Comparatieve Neerlandistiek
Canon lezen

Spreekuur

Studentenspreekuur maandag 15.00-16.00


Lijst van publicaties

 

  -'Zwijgend in niets dan taal', over Gerrit Kouwe­naar. De Gids 160 (6) 1997, pp. 457-461.

-Do the Bernadette , een literaire recensie van een theatertekst, in Parmentier 8 (2/3) 1997, pp.97-99.

-'Het wit bij Celan'. Raster 82 (5) 1998, pp. 95-101.

- ‘Gerrit Kouwenaar’, in: Kritisch literatuur lexicon, november 1999, pp. 19-25.

-‘Rodenko: poststructuralist avant la letttre?’, recensie van Odile Heynders : Langzaam leren lezen : Paul Rodenko en de poëzie. Tilburg: Syntax, 1998. In: Literatuur 16 (3) 1999, pp. 1092-195.

-Recensie dissertatie Thomas Vaessens: Circus Dubio&Schroom: Met Martinus Nijhoff, Paul van Ostaijen & de mentaliteit van het modernisme. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1998. In: Nederlandse Letterkunde 4 (4)1999, pp. 395-397.

-Flink glimlachen in de wankele wereld. Over Peter van Lier. In Harry Bekkering en Ad Zuiderent (red.): Jan Campertprijzen 1999. Nijmegen: Vantilt, 1999, pp. 49-58.

- ‘‘Die stilte daar was aards en warm’: Over stilte in de muziek en de poëzie’. In: Kunst &Letterkunst. Opstellen voor George Vis. Amsterdam: C.J. Aarts, 2000, pp. 47-59. 

-Recensie van Jan Oegema: Lucebert, mysticus. Over de roepingsgedichten en de Open brief aan Bertus Aafjes. In: Nederlandse letterkunde 5 (2) 2000, pp. 191-192.

-Recensie van dissertatie Sonja Neef: Kalligramme: Zur Medialität einer Schrift, in Nederlandse letterkunde 6  (3) 2001, pp. 290-262.

- ‘Een angsthaas in een reuzenrad’. Over Circulaire systemen van Paul Bogaert. Yang 38 (2), pp. 374-379.

-‘Het schuwe schrijven’. In Hans Groenwegen (red.): En gene schitterde op de rede. Over Kees Ouwens. Groningen: Historische Uitgeverij 2002, pp. 245-268.

-‘Een gedicht moet eerlijk zijn’- twee dichtersbiografieën’:  over Gerard Bes: Hans Lodeizen 1924-1950. Balans, 2001 en over Wim Huijser: C. Buddingh’- een mens in de tijd. Zutphen: Walburg Pers, 2001. In: Literatuur  19 (2) 2002, pp. 111-113.

-‘Een nieuwe lezing van Nijhoffs ‘De moeder de vrouw’. In: Nederlandse Letterkunde 7 (3) 2002, pp. 173-186. 

- Leegte die ademt. Het typografisch wit in de moderne poëzie. Dissertatie, Amsterdam .

- ‘Martine quitte son monde. Carnet Parisien’. In: Septentrion 35 (1), 2006. pp. 42-47.

-Leegte, leegte die ademt. Hettypografisch wit in de moderne poëzie. Nijmegen: Vantilt. 2006. Rcensies naar aanleiding van het boek: o.a. Tonnus Oosterhoff (NRC Handelsblad) Kees Fens (De Volkskrant), Peter Henk Steenhuis (Trouw).

- ‘‘Handen als wentelteefjes’. Over de poëzie van Arnon Grunberg en MichelHouellebecq’. In: De Volksverheffing (red. Yves T’Soen en Koen Vergeer), Amsterdam: Atlas.

- De verzamelde verzen van één Leopold’. Recensie van: J.H. Leopold, Verzamelde verzen 1886-1925, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2006, 613 p. Bezorgd door H.T.M. van Vliet. In: Ons Erfdeel, nr. 2, p. 167-169.

Yra van Dijk en Koen Hilberdink (red.) Jan Campertprijzen 2008, Nijmegen, Vantilt, 2008.

‘Being dissolved. Erasure and destruction in the digital text’. I n: Cyberpoetics, speciaal nummer van Frame. Tijdschrift voor literatuurwetenschap, 21 (1) 2008, pp. 86-93.

 ‘Arnon Grunberg: Tirza’. In: Ton Anbeek, Jaap Goedegebuure en Marcel Janssen: Lexicon van literaire werken. Groningen, Wolters-Noordhoff, 2008.

Yra van Dijk en Thomas Vaessens, ‘De oceaan en de kweekvijver. Een pleidooi voor selectie’, in: De Brakke Hond 101, december 2008, pp.21-25.

  Yra van Dijk en Matthijs Ponte: ‘De schrijver is een pelikaan. Offerplaatsen in het werk van Arnon Grunberg’. In: Dietsche Warande en Belfort, 2009 (1): 52-33.

  -‘Spelen tegen het spel in’. Blanchot en Grunberg- Parmentier 18 (1), maart 2009, pp. 26-33.

    -‘Afscheid van de dirigent. Arnon Grunberg en de ethische literatuurbeschouwing, in: Vooys, pp. 6-11.